Een bijzondere brief: Pieter de Zwart





In het Noord Veluws Museum Nunspeet 5 oktober 2019
Door de bijzondere expositie van het Noord Veluws museum Nunspeet ter gelegenheid van het vijfjarig bestaan - kwam ik mede door Harry Tijssen - gastconservator van de expositie waarin het kunstenaarsgenootschap Pictura Veluvensis centraal staat - op meer bijzonderheden over mijn oudoom Pieter de Zwart (1880-1967). Hij deed mee aan een expositie in 1913 van dit Veluwse genootschap dat ook contacten buiten de regio aanging en die nu met veel liefde en inzet is gereconstrueerd. Twee werken zijn in bruikleen gegaan, waarover straks meer.

Een brief werd opgediept uit het RKD - het Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis in Den Haag. De brief van Pieter de Zwart is gericht aan de kunstenaar en - in zijn tijd - bekend kunstcriticus onder meer voor Het Vaderland en De Groene Amsterdammer Albert Plasschaert (1874-1941)* Het was dus misschien zaak hem te vriend te houden. De brief gedateerd op 31 december 1911 lijkt te zijn geschreven vanwege een stuk dat op stapel stond of om zich bij Plasschaert te introduceren.  Pieter was 31 jaar oud en nog niet zo lang afgestudeerd aan de Haagse Kunstacademie. Interessant is dat de brief licht werpt op de relatie met zijn 18 jaar oudere broer Willem de Zwart, die in die periode al zeer aardig verkocht en verdiende met zijn werk en dus naam had gemaakt, zonder twijfel óók bij Plasschaert. Pieter schrijft hem:

'Ik was 23 jaar (1903) toen mijn broer Willem, destijds wonende te Amsterdam, eens overkwam en dat eerste werk zag. Hij had er niet veel op aan te merken; ried mij toch, wegens de bestaansonzekerheid, af door te gaan. Ik stoorde mij daaraan evenwel niet en toen hij anderhalf jaar later weer eens kwam, had ik intusschen veel buiten gewerkt. Hij prees het, wees mij weder op de moeilijkheden, waarmee ik, zoo ik doorging ongetwijfeld zou te kampen hebben, maar ried mij niet af door te zetten. Daarna bleef hij weder vrij lang weg. Intusschen werkte ik door en maakte ook een paar etsen van paarden die ik bij Goupil geposeerd kreeg. De heer Ahn alhier, die dit etswerk had gezien, maakte na mijn broer, toen wonende te Santpoort er over gesproken te hebben, ook met ander werk van mij kennis. Door zijne tusschenkomst verkocht ik aan Dr. Bredius twee geteekende kopjes en kreeg ik kort daarna financieelen steun om verder te studeeren. Zoo ontving ik eind 1905 of tegen 1906 voor het eerst les. Ik kwam bij mijn broer Willem, die te Scheveningen was gaan wonen, en volgde de avondlessen op de academie. Na 3 maanden van mijn broer les gehad te hebben, maakten verschillende omstandigheden daar een einde aan, o.a. het feit, dat ik niet al te goed met hem bleek te kunnen opschieten en zeer vaak in opvatting met hem verschilde. Een paar maanden daarna moest hij wegens zenuwoverspanning verpleegd worden, zoodat ik dan toch een andere leermeester zou gekregen hebben. Zomer 1906 kwam ik bij Koppenol, ofschoon ik het zelf eigenlijk niet wilde, maar aan het verlangen van hen, die mij financieel steunden, voldeed. Ik ontving van hem 3 x per week les en bleef de avondlessen op de academie volgen. Zoo bleef het tot 1910.' (....)

(Bron: RKD - met dank aan Harry Tijssen van het Noord Veluws museum Nunspeet)



Uitnodiging gericht aan Plasschaert, 1935. Foto: RKD
Tja... wilde Pieter zich tegenover Plasschaert profileren door zich te onderscheiden van zijn broer Willem? Dat is niet ondenkbaar...hij zocht een eigen weg en toon en Willem zat hem misschien daarbij dwars...De kunstkenner en schilderijenverzamelaar Abraham Bredius (1855-1946) werd een belangrijke mecenas voor hem. Bredius, die zelfs in Den Haag een eigen museum heeft, was gefortuneerd en leidde tussen 1889 en 1909 het Mauritshuis. *



Mijn overgrootmoeder en de zus van Willem en Pieter de Zwart met echtgenoot (foto: coll. MdB)

Expositie in 1935 - foto: RKD

In de expositie die nu opent in Nunspeet gaat het met name om het landschap - er is dan ook een landschap schilderij van Pieter de Zwart naartoe gegaan, maar waar zou dit geweest kunnen zijn? In ieder geval niet op de Veluwe, maar dichterbij de omgeving waar Pieter schilderde. Met Harry Tijssen kwamen we op een reconstructie: zicht op Loosduinen omstreeks 1910.  Rond Den Haag waren uitgestrekte landerijen, met enkele boerderijen. Het was deels duinlandschap, met stuwwallen. Een foto van de Beeldbank Den Haag uit 1910 bood houvast: we zien een watertorentje met een koepeltje. Dat koepeltje lijkt te zien op het schilderij...Hoe mooi is het dat ook Pieter de Zwart in 2019 weer een plekje krijgt!

foto beeldbank Den Haag - Watertoren bij Loosduinen 1910

Fragment vergroot: landschap Pieter de Zwart met rechts, in de verte, het koepeltje




* Bronnen: RKD - Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis/Wikipedia

Met dank aan Harry Tijssen




Zaaloverzicht met op de voorgrond werk van Pieter de Zwart en achter tegen de wand de koe: 5 oktober 2019

Pieter de Zwart - Koe - coll. Overkamp

In het Noord Veluws museum - portret rechts - Jan Toorop: Wiesje van Blommenstein ca. 1918-1920.
Van Blommenstein onderging invloed van Toorop en exposeerde bij Pictura Veluvensis