Doorgaan naar hoofdcontent

Thomas Mann en de Pringsheims - sporen in Leiden: de majolica verzameling van Alfred Pringsheim

foto: MdB in bijzondere collecties UB Leiden 

De kunstverzameling van Alfred Pringsheim, de schoonvader van Thomas Mann, was wijd en zijn bekend. In het stadspaleis in de Arcisstrasse  waren niet alleen een indrukwekkende hoeveelheid schilderijen van oude - en eigentijdse meesters te bewonderen, waaronder Franz von Lenbach, Von Stuck, Defregger en Von Kaulbach - voor de wandschildering in de muziekzaal van Hans Thoma keerde Thomas Mann speciaal terug - maar ook was de verzameling Italiaans renaissance majolica aardewerk van Alfred Pringsheim internationaal bekend onder kunstkenners.

De beroemde kunsthistoricus Otto von Falke beschreef de verzameling in twee dikke boekwerken, die werden gedrukt in een oplage van 200 exemplaren bij de toenmalige Leidse uitgeverij A.W. Sijthoff. Het eerste deel verscheen in 1913, het tweede ontstond tussen 1914 en 1923.


Voor mijn onderzoek ging ik naar de Leidse universiteitsbibliotheek, afdeling bijzondere collecties, teneinde de boeken in mijn handen te kunnen houden. Dat gaf na alles wat ik intussen had geschreven en op het spoor was gekomen grote ontroering. Ik bladerde immers in boekwerken die de Pringsheims zelf nog onder ogen moeten zijn gekomen.

(foto's : MdB - bijzondere collecties UB Leiden)









Er zit een tragische geschiedenis in deze collectie renaissance majolica, in de boeken nog als eenheid te bewonderen. Na de machtsovername door Hitler werden de Joodse Pringsheims nog een paar jaar ongemoeid gelaten, al werden ze bijna volledig onteigend. In juni en juli '39 lieten ze de verzameling veilen bij Sotheby's in Londen, om uitreisvisa te kunnen bemachtigen. Op de valreep lukte het hen om naar Zwitserland te ontkomen.

Voorbeeld van Italiaans renaissance majolica - 15e, 16e eeuw - coll. in gemeentemuseum Den Haag (foto: MdB)


(Voorbeeld van Italiaans renaissance majolica - coll. in gemeentemuseum Den Haag (foto: MdB)

Door deze veiling in '39 is de collectie Pringsheim majolica aardewerk over de wereld verspreid geraakt: in New York in het Metropolitan en het British museum, in Toronto in het Getty en in Parijs in het Louvre. In Nederland kwamen 7 stuks majolica terecht in Museum Boijmans Van Beuningen.

In het boek Thomas Mann en de Pringsheims wordt in een apart aanhangsel de geschiedenis beschreven van de kunstverzameling van Alfred Pringsheim. Er worden schriftelijk vragen gesteld aan Boijmans m.b.t. de 7 stukken majolica uit de collectie Pringsheim. Vanaf 2008 loopt er aan de musea  - waaronder aan Boijmans - een restitutieclaim van de erven.

Boijmans heeft alle medewerking verleend. Het museum maakt geen geheim van de geschiedenis rond de stukken majolica in haar bezit en doet zelf ook herkomstonderzoek.

->->site Boijmans - geschiedenis collectie Pringsheim en claim


Sporen in Leiden dus van de Pringsheim collectie, met een vervolg...

Populaire posts van deze blog

Klaus Mann en Amsterdam

In augustus 1948 betrok Klaus Mann een etage in de Amsterdamse Paulus Potterstraat nummer 16, schuin tegenover het Van Goghmuseum en het Stedelijk. Het ging niet goed met hem. In Californië had hij er een zelfmoordpoging op zitten - ongeveer de derde - en een turbulente periode gehad met een Harold, die hij had vrij moeten kopen uit de gevangenis. De familie hoopte op herstel in Amsterdam, onder de vleugels van Fritz Landshoff bij Querido.



In Amsterdam deed hij wat redactiewerk en werkte hij aan de vertaling in het Duits van Turning Point, zijn autobiografie, die tevens leest als een tijdsbeeld. Maar ook noteerde hij in Amsterdam op 1 januari 1949 in zijn dagboek: "Ik wil dit jaar niet overleven".
 Gevel van de oude vleugel Stedelijk Museum




Deze verzuchting werd op 21 mei van dat jaar bewaarheid. In maart 1949 vertrok Klaus Mann vanuit Amsterdam naar Parijs en van daaruit via omwegen naar Cannes, waar hij aan een nieuwe roman zou werken. Op 21 mei pleegde hij zelfmoord.
Het…

Iconen in Den Haag en expositie Erwin Olaf: over de comfortzone door context van iconen

IJssalon Florencia in de Haagse Torenstraat, hier gefotografeerd vanuit de tram, is een onbetwist icoon van de stad. Begonnen in 1932 door Edward Talamini, na een verblijf in Amerika werd het Italiaanse 'Eduardo' veranderd in Edward, aldus de informatie op de site van Florencia, groeide de zaak uit tot een trefpunt voor alle lagen van de Haagse bevolking. Vroeger opende de zaak om half 5 om arbeiders de kans te geven een eerste kop koffie bij Florencia te genieten. Tegenwoordig beginnen ze om half acht. Daklozen, straatventers, mensen werkzaam in allerlei beroepen, maakten de koffie bij Florencia tot een begrip. En dan het ijs, niet te vergeten...Er is gratis Wifi en de smartphone of mobiel kan gratis worden opgeladen. De koffie, al naar gelang met een klodder slagroom, is niet meer dan twee euro. Een wereldplek!


Heel anders, maar ook iconisch, zijn sommige foto's van Erwin Olaf in zijn op 16 februari geopende grote dubbel-expositie in zowel het Haagse gemeentemuseum als …

Rumoer in de stad - de tachtigers - Breitner, Israëls, Willem Witsen, de Veth, en.... Willem de Zwart

Verrast door de grote overzichtsexpositie van de tachtigers - met veel werk van Willem de Zwart (1862-1931)

Willem de Zwart was de broer van mijn overgrootmoeder van moeders kant - het was een grote Haagse familie. Twee broers werden kunstschilder - Willem en Pieter. Willem de Zwart valt onder het rijtje kunstschilders van de zogenoemde "Haagse school" - een stroming die zich kenmerkt door nieuw élan, doordat de kunstenaars erop uittrokken en het academische van zich af wilden schudden.

De expositie in het Haags gemeentemuseum legt de nadruk op de overgang van landschapschilderijen naar het schilderen van taferelen in de grote stad - in navolging van nieuwe kunststromingen in heel Europa. Breitner fotografeerde uitgebreid - een nieuw medium - en rond het fin de siècle groeiden steden uit tot ware metropolen. Er ontstond een behoefte om dit vast te leggen.


























Uit het archief: de andere broer Pieter de Zwart

Het leeftijdsverschil tussen Willem en Pieter de Zwart (1880-1967) was a…

Cynisme uit China en boekenlandschappen van Jan de Bie

Liep er in het Noord Brabants museum een expositie over moderne Chinese kunst uit de zogenoemde Sigg collection. Uli Sigg (1946) is een Zwitserse diplomaat, zakenman en kunstverzamelaar. Vanaf 1979 werkt hij in China, maar ook was hij Zwitsers ambasadeur in Noord-Korea en Mongolië. En dan gaat hij Chinese hedendaagse kunst verzamelen en meer...het levert een mooi panorama op van sommige gedurfde kunst in landen waar nog steeds strenge censuur wordt toegepast op literatuur en beeldende kunst. Veel moet dan ook "tussen de regels" worden gezien...maar er zat ook minder gelaagd werk tussen..






Was ik met de beeldend kunstenaar Jan de Bie die "thuis" is in het Noord Brabants museum. Hij heeft er een permanente expositie in de vorm van een muurschildering uit 2013 in een doorloopzaaltje. Een voorrecht om daar opnieuw weer even met hem te staan.







Jan de Bie had een periode een fascinatie voor historische bibliotheken, "boekenlandschappen" - hij maakte etsen van on…

Thomas Mann in Noordwijk aan zee

Drie zomers verbleven Thomas Mann en Katia in Noordwijk aan zee, in 1939, in 1947 - toen hij voor het eerst weer in Europa was - en in 1955, de zomer kort voor zijn overlijden op 12 augustus van dat jaar. Wie rondloopt op die plek: Grand hotel Huis ter Duin, waar een suite werd gereserveerd - aan "een kamer" deed Thomas Mann niet...begrijpt wat hem beviel in Noordwijk aan de Noordzeekust. 

Het landschap in de omgeving van  het Noord-Duitse Lübeck en vooral het nabijgelegen Travemünde aan de Oostzee, ademen in het klimaat en in de villabouw in het duingebied dezelfde sfeer. Huis ter Duin herinnerde hem vermoedelijk sterk aan het Kurhaus in Travemünde. Wie bovendien Thomas Mann wil leren kennen, moet naar de zee.













Speciaal zitje en aparte trap vanaf Huis ter Duin




De mondaine badplaats Noordwijk in de periode van Thomas Mann